Menu Sluiten

Flexibilisering & Mass Production

Mass Production

Je leest flexibilisering & Mass Production. Flexibilisering en LLO varen wel bij Mass Customization. Want zonder standaardisatie aan de achterkant, is maatwerk aan de voorkant onbetaalbaar en onuitvoerbaar.

Mass Customization is een contradictio in terminis. Enerzijds maatproducten, anderzijds massaal geproduceerd. Het beste van twee werelden. Het lijkt onmogelijk, maar dat blijkt het in de praktijk niet te zijn.

Ontstaan Mass Customization

We hoeven eigenlijk alleen maar naar het verleden te kijken want we zijn niet de eerste sector die met dit vraagstuk te maken heeft. De wortels van Mass Customization liggen bij de introductie van uitwisselbare onderdelen in de Vuurwapenindustrie – ca. 1800. Dit werd ook wel het American System of Manufacturing genoemd.

James H. Gilmore en B. Joseph Pine II ontwikkelden +/- 1997 een raamwerk omdat veel bedrijven worstelden met de balans tussen efficiëntie (massaproductie) en klantgerichtheid (maatwerk). En laat dat nu net de vraag zijn bij het vormgeven van je curriculum. Wat bieden we standaard aan en wat is maatwerk?

Het concept heet Mass Customization en is ontstaan vanuit diverse redenen:

  1. In de eerste plaats was er de roep uit de markt. Consumenten waren steeds minder bereid compromissen te sluiten, en namen geen genoegen meer met producten en diensten die als grootst gemene deler waren ontwikkeld.
  2. In de tweede plaats kwamen er nieuwe inzichten en concepten in productie en logistiek, die zonder meerkosten een grotere productdifferentiatie mogelijk maakten en in veel gevallen zelfs goedkoper waren.
  3. Daarbij kwam dat informatietechnologie steeds beter in staat was om individuele klantwensen vast te leggen en te gebruiken tijdens productieprocessen.

Een modulaire werkwijze was de sleutel voor mass customization. Hierbij ging het om het creëren van een groot aantal productvarianten op basis van een beperkt aantal standaard geproduceerde modules, lees voor het onderwijs opleidingsonderdelen.

Voordelen Mass Customization

Door te standaardiseren op de “achterkant” (de content/het product), maar te differentieer op de “voorkant” (de presentatie/verpakking) bereik je enkele grote voordelen.

  • Minste Administratie: Je hoeft geen individuele leertrajecten bij te houden en geen ingewikkelde flexroosters te maken. Je schrijft een student gewoon in voor een specifieke “variant” (bijv. de BBL-variant of de MC-variant). In je SIS is dit een klas of cohort.
  • Schaalvoordeel (Efficiency): Je ontwikkelt de kern van je onderwijs (bijv. Burgerschap of Nederlands) maar één keer. Je hebt één team van experts die de “master-content” bewaken. Pure massaproductie-efficiëntie dus.
  • Klantbeleving (Effectiviteit): De student ervaart het als maatwerk. Een student “Verpleegkunde” die “Medisch Rekenen” krijgt, is gemotiveerder dan wanneer hij “Algemeen Rekenen” krijgt, ook al is de onderliggende wiskunde (verhoudingen, procenten) 100% identiek.

Een casus: “Conflicthantering & Democratische Besluitvorming”

Kwalificatie-eis Burgerschap: Sociaal-maatschappelijk dimensioneren.

1. De gestandaardiseerde achterkant (Leeruitkomst-gebaseerd)
Dit is de kern die je centraal vastlegt. Deze formulering is voor elke opleiding identiek.

  • Leeruitkomst: De student toont aan dat hij in een overlegsituatie met tegenstrijdige belangen consensus kan bereiken over een gezamenlijk besluit, waarbij eigen en andermans standpunten constructief zijn afgewogen.
  • De Toetsvorm (Bewijsvoering): Een performance assessment (simulatie) van 20 minuten in groepsverband.
  • De Beoordelingscriteria (Rubric op basis van de uitkomst): De beoordeling gaat over de effectiviteit van het gedrag, ongeacht de context.
NiveauCriterium: Belangenafweging & Besluitvorming
Nog niet aangetoondDe student blijft eenzijdig bij het eigen standpunt en/of blokkeert de voortgang, waardoor er geen gezamenlijk besluit wordt bereikt.
AangetoondDe student benoemt actief de belangen van anderen, doet een constructief voorstel en stemt in met een besluit dat recht doet aan de meerderheid.
Boven verwachtingDe student verbindt proactief botsende standpunten, vat samen om overzicht te creëren en leidt de groep naar een gedragen consensus (win-win).

2. De Cosmetische voorkant
Hier pas je de “verpakking” aan. Je geeft de opdracht een andere titel, een andere context en andere rolbeschrijvingen. De structuur van de oefening blijft echter exact gelijk.

1: Voor de Opleiding Bouw & Infra

  • Titel: “De Bouwvergadering: Veiligheid vs. Deadline”
  • Context: Een groot bouwproject loopt achter op schema. De opleverdatum dreigt gemist te worden (boeteclausule!).
  • De Rollen:
    1. Uitvoerder: Wil doorwerken, tijd is geld.
    2. Veiligheidscoördinator: Wil het werk stilleggen wegens onveilige steigers.
    3. Opdrachtgever: Wil het gebouw volgende week openen.
    4. Vakman: Wil gewoon zijn uren maken en naar huis.
  • Studentbeleving: “Dit gaat over mijn werk op de bouwplaats.”

2: Voor de Opleiding Zorg & Welzijn

  • Titel: “Het Multidisciplinair Overleg (MDO): Kwaliteit vs. Rooster”
  • Context: Er is een grieppgolf en er zijn te weinig handen aan het bed. Er moet een besluit vallen over de inzet van personeel tijdens de feestdagen.
  • De Rollen:
    1. Teamleider: Moet het rooster rondkrijgen binnen budget.
    2. Verpleegkundige: Is al overwerkt en weigert extra diensten.
    3. Familielid van cliënt: Eist dat moeder elke dag gewassen wordt.
    4. Stagiair: Wil leren, maar wordt nu ingezet als volwaardige kracht.
  • Studentbeleving: “Dit gaat over de dilemma’s die ik in de zorg ga tegenkomen.”

3: Voor de Opleiding Zakelijke Dienstverlening / Marketing

  • Titel: “De Boardroom Pitch: Investering vs. Winst”
  • Context: Het bedrijf heeft €50.000 winst gemaakt. Waar gaat dit geld naartoe?
  • De Rollen:
    1. Sales Manager: Wil een groot klant-event organiseren voor meer omzet.
    2. HR Manager: Wil het geld besteden aan training en vitaliteit voor het personeel.
    3. Financial Controller: Wil het geld op de bank zetten als buffer voor slechte tijden.
    4. Sustainability Officer: Wil investeren in verduurzaming van het kantoor.
  • Studentbeleving: “Dit voelt als een echte zakelijke onderhandeling.”

3. Differentiatie in criteria

AspectMBO 3 (Participatief)MBO 4 (Regisserend/Analytisch)
RolDe student neemt deel als vertegenwoordiger van één belang.De student neemt deel als voorzitter of vertegenwoordiger die het totaalplaatje bewaakt.
ComplexiteitDe belangen zijn duidelijk en concreet (bv. tijd vs. geld).De belangen zijn complex, politiek of strategisch (bv. imago vs. wetgeving vs. personeel).
Gedrag (Criterium)Consensus: De student doet water bij de wijn om er samen uit te komen (compromis bereiken).Creatie: De student zoekt naar een oplossing die recht doet aan alle belangen (win-win creëren en draagvlak organiseren).

4. Leeruitkomst: Besluitvorming in overleg

De student bereikt in een overlegsituatie consensus over een gezamenlijk besluit.

Niveau MBO 3 (De Constructieve Deelnemer)

  1. Aangetoond: De student verwoordt het eigen standpunt helder, luistert naar anderen en stemt in met een compromis om de voortgang van het werk te garanderen.
  2. Focus: Operationeel resultaat (“Kunnen we weer door?”).

Niveau MBO 4 (De Procesbewaker / Verbinder)

  1. Aangetoond: De student analyseert de onderliggende motieven van de partijen, vat samen om structuur te brengen en formuleert een besluit dat niet alleen het probleem oplost, maar ook de relatie tussen partijen goed houdt of versterkt.
  2. Focus: Tactisch proces (“Is dit een duurzame oplossing voor iedereen?”).

Waarom is dit goed toepasbaar?

  1. Geen individueel traject: De student kiest niet zelf de inhoud. De school bepaalt: “Jij zit op de Bouwopleiding, dus jij krijgt versie A of B of C.”
  2. Identieke kern: Als je als docent door je oogharen kijkt, zie je in alle drie de lokalen precies hetzelfde gebeuren: 4 studenten die ruzie maken en het moeten oplossen.
  3. Schaalbaar: Je hebt maar één docentenhandleiding nodig. Daarin staat: “Stap 1: Deel de rollenkaarten uit. Stap 2: Laat ze 10 minuten overleggen. Stap 3: Beoordeel op basis van de universele rubric.”

Wat is het rendement?

  • Administratie: Laag. Je ontwikkelt één keer de leeruitkomsten, rubric en de lesopzet. Je maakt alleen drie setjes ‘rollenkaartjes’ (eenmalig werk).
  • Motivatie: Hoog. De student Techniek haakt niet af omdat het over “saaie politiek” gaat, maar is betrokken omdat hij de rol van uitvoerder speelt.
  • Onderwijskwaliteit: Hoger. De toepassing van het geleerde is groter omdat het direct gekoppeld is aan hun beroepscontext.

Wat voegt het inzetten van een beroepsopdracht toe?

Het inzetten van een beroepsproduct is de meest effectieve manier om onderwijs te flexibiliseren zonder de organisatiebelasting te verhogen. Door de principes van Mass Customization (Gilmore & Pine) toe te passen, fungeert de beroepsopdracht als een gestandaardiseerd frame met een flexibele invulling. (Lees Leertaak)

De toepassing werkt via drie pijlers:

1. Het Casco is Standaard (Efficiency) De structuur van de opdracht (bijv. “Analyseer een proces en voer een verbetering door”) is voor elke opleiding en elk leerjaar identiek. Dit zorgt voor één uniforme administratie, één set leeruitkomsten en eenduidige instructies voor docenten en assessoren. Dit is de ‘massaproductie’ aan de achterkant.

2. De Context is Flexibel (Relevantie) De student vult het casco in met een vraagstuk uit de eigen beroepspraktijk (stage/werk). Hierdoor verandert de inhoud van “Schoolse Opdracht” naar “Waardevolle Beroepshandeling”. Of het nu gaat om een bouwproces, een zorgplan of een verkoopstrategie; de student ervaart 100% maatwerk (Adaptive & Cosmetic Customization).

3. Het Niveau bepaalt de Lat (Differentiatie) Het onderscheid tussen MBO 3 en MBO 4 wordt niet gemaakt door andere opdrachten te schrijven, maar door de beoordelingscriteria (rubrics) te differentiëren:

  • MBO 3: Focus op operationele uitvoering en praktische oplossing (Het probleem is opgelost).
  • MBO 4: Focus op tactische analyse, procesborging en draagvlak (Het proces is verbeterd en geborgd).

Conclusie Flexibilisering & Mass Production

Door de inzet van beroepsproducten verlaat de school het model van “ambachtelijk lesgeven” (voor iedereen een aparte opdracht). Door deze opzet is je opleidingsonderdeel “Mass Customized” proof. Je kunt dit opleidingsonderdeel nu ‘verkopen’ aan elke opleiding én inzetten voor je LLO aanbod, omdat de kern (consensus bereiken) universeel en meetbaar is gemaakt.

En zo omarmt het de kracht van een slim systeem: standaardisatie waar het kan, maatwerk waar het moet.


Je las het bericht: Flexibilisering & Mass Production. Vond je dit bericht waardevol? Geef een duimpje hieronder!